Binden advies GcZ, 15 april 2026, SKGZ202500514
- 202500514
Uitspraak
Verzoeker heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar is gehouden het geneesmiddel Shingrix® aan hem te vergoeden. De ziektekostenverzekeraar heeft het bestaan van een vergoedingsplicht bestreden. Verzoeker voldoet niet aan de voorwaarden die zijn gesteld in de zorgverzekering en de aanvullende ziektekostenverzekering. Van gewekt vertrouwen is geen sprake. De commissie overweegt dat de verstrekking/vergoeding van het varicella-zostervaccin in bijlage 2 van de Rzv aan nadere voorwaarden is gebonden. Verzoeker voldoet hier niet aan, zoals wordt bevestigd in het advies van het Zorginstituut. De aanvullende ziektekostenverzekering kent dekking voor geneesmiddelen die niet, niet meer of nog niet in het GVS zijn opgenomen. Hier gaat het echter om een geneesmiddel dat wél in het GVS is opgenomen, zij het onder nadere voorwaarden. Het geneesmiddel komt daarnaast niet voor op de door de ziektekostenverzekeraar gehanteerde lijst en van diens voorafgaande schriftelijke toestemming is niet gebleken. Uit de vergoeding in de situatie van zijn echtgenote twee jaar eerder kon verzoeker niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat de ziektekostenverzekeraar ten aanzien van het geneesmiddel een beleid voert waarbij de kosten worden vergoed in afwijking van de verzekeringsvoorwaarden en de onderliggende wet- en regelgeving met de hierin opgenomen strikte voorwaarden voor verstrekking/vergoeding. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitspraak Binden advies GcZ, 15 april 2026, SKGZ202500514