Bindend advies GcZ, 30 maart 2026, SKGZ202501991
- 202501991
Uitspraak
Verzoeker heeft een betalingsachterstand bij de ziektekostenverzekeraar. Inmiddels doet hij er naar zijn zeggen alles aan om deze in te lopen. De hoogte van de betalingsachterstand is volgens verzoeker echter niet correct door de ziektekostenverzekeraar vastgesteld en het is zijns inziens daarnaast niet redelijk dat de ziektekostenverzekeraar de aanvraag voor een door hem gewenste aanvullende ziektekostenverzekering heeft afgewezen. Gelet op deze gang van zaken heeft verzoeker zijn zorgverzekering opgezegd, maar de opzegging is door de ziektekostenverzekeraar niet geaccepteerd. De ziektekostenverzekeraar heeft de stellingen van verzoeker bestreden en aangevoerd dat nog steeds sprake is van een betalingsachterstand, waardoor de opzegging van de zorgverzekering niet hoefde te worden geaccepteerd en de aanvraag voor de aanvullende ziektekostenverzekering niet hoefde te worden gehonoreerd. De commissie overweegt dat op grond van artikel 8a Zvw en de polisvoorwaarden de zorgverzekering niet kan worden opgezegd als een premieachterstand bestaat. Volgens de ziektekostenverzekeraar had verzoeker eind 2025 nog openstaande schulden. Verzoeker heeft niet aangetoond dat deze uiterlijk 31 december 2025 waren betaald. Daarom mocht de ziektekostenverzekeraar de opzegging met ingang van 1 januari 2026 weigeren en is verzoeker in 2026 bij hem verzekerd gebleven, zodat verzoeker is gehouden de aan de ziektekostenverzekeraar in verband hiermee verschuldigde bedragen te voldoen. Daarnaast stelt de ziektekostenverzekeraar dat over de periode van 1 oktober 2014 tot en met 31 januari 2026 een betalingsachterstand van totaal € 5.718,41 bestaat, inclusief incassokosten en rente. Verzoeker heeft dit weliswaar betwist en leverde betaalbewijzen aan, maar deze betalingen zijn al verwerkt in het financiële overzicht van de verzekeraar. De commissie oordeelt daarom dat het financiële overzicht van de ziektekostenverzekeraar voor juist moet worden gehouden. Tot slot heeft verzoeker een aanvraag gedaan voor een aanvullende ziektekostenverzekering. De ziektekostenverzekeraar is echter, op grond van het bepaalde in het BW en de voorwaarden van deze verzekering, niet verplicht iemand voor de verzekering te accepteren zodat de ziektekostenverzekeraar de aanvraag mocht afwijzen. Het voorgaande betekent dat de commissie de door verzoeker gedane verzoeken afwijst.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 30 maart 2026, SKGZ202501991